Lijfrente, volle eigendom, blote eigendom, vruchtgebruik, recht van bewoning

Vruchtgebruik is een term uit ons Burgerlijk Wetboek, art. 578:

Vruchtgebruik is het recht om van een zaak waarvan een ander de eigendom heeft, het genot te hebben, zoals de eigenaar zelf, maar onder de verplichting om de zaak zelf in stand te houden.

Iemand die het vruchtgebruik heeft van een eigendom, heeft er dus het genot van.  Hij kan het zelf bewonen, verhuren, iemand anders laten wonen of zelf laten leegstaan.  Een vruchtgebruiker heeft wel de verplichting om het goed te onderhouden/

Een recht van bewoning is strikter.  Het recht van bewoning is een persoonlijk recht.  Men kan er in wonen, maar heeft niet het recht om te verhuren of er iemand anders te laten wonen, tenzij deze deel uitmaakt van het gezin.

Als een eigendom verkocht wordt, maar de verkoper behoudt het vruchtgebruik, koopt de koper de BLOTE eigendom. De koper is eigenaar maar heeft nog geen genot/gebruiksrecht van de eigendom.

Bij een verkoop in VOLLE eigendom, kan de koper reeds beschikken over de eigendom.

Los van de juridische begrippen zijn er verschillende manieren om te verkopen en het genot te behouden voor de verkoper(s).  In Frankrijk spreekt men eerder van een vrije verkoop (LIBRE), of niet beschikbaar (OCCUPÉ).  Deze termen tonen nog beter de bedoeling aan van de verkoper.  Hij wil het genot behouden.

Finaal zijn hier meestal afspraken rond te maken, hoe het genot juridisch geregeld wordt voor de verkoper.

 

Terug naar veel gestelde vragen i.v.m. : Lijfrente, FAQ